|
Wat is de SCMI
SCMI is een afkorting van Stichting Collectieve
Marorgelden Israël Deze organisatie is samen met de SMO - Stichting
Marorgelden Overheid opgericht met het oog op het verdelen van
gedeeltelijke restitutie van Nederlands-Joodse tegoeden uit de Tweede Wereldoorlog.
Maror zijn de beginletters van Morele Aanspraak
Roof en Rechtsherstel.
Wegens de verdere betekenis van Maror voor Joden, als herinnering aan vele
bittere tijden waarvan de Sjoa het dieptepunt was, is deze afkorting
gekozen als benaming voor deze gelden.
Ruim
50 jaar na de Tweede Wereldoorlog kwamen onderzoeken opgang naar de behandeling
van Joods bezit in Nederland. De Nederlandse
commissies van onderzoek, ingesteld door de overheid, constateerden
achteraf ernstige tekortkomingen bij het z.g. rechtsherstel, de
behandeling van de overlevenden en het vaststellen van terug te betalen
bedragen voor door de Duitsers en hun handlangers geroofd Joods bezit,
zowel privé - als zakelijke bezittingen.
Nadat over deze onderzoeken enige jaren geleden rapporten werden
gepubliceerd, zijn deze tekortkomingen door de Nederlandse overheid,
verzekeraars, banken en effectenbeurs erkend. Onderhandelingen over
restitutie zijn in de jaren 1999 en 2000 afgerond met overeenkomsten
tussen de Nederlands-Joodse gemeenschap enerzijds en de Nederlandse overheid, de verzekeraars, de banken en de
effectenbeurs anderzijds.
Het gaat hierbij over een gedeeltelijke
restitutie van Nederlands-Joodse tegoeden uit de Tweede Wereldoorlog
(WOII), in totaal f 714 miljoen, ca. € 325 miljoen. Door het grote aantal omgebrachte Nederlandse Joden en de
tientallen jaren die inmiddels verstreken zijn, waren voor het overgrote
deel van het gerestitueerde bedrag geen erfgenamen meer te verwachten. Na
uitgebreid overleg van de Nederlands-Joodse organisaties in Nederland en
Israël besloten deze het overgrote deel daarom als collectief geworden
bezit van de Nederlands-Joodse gemeenschap te beschouwen en te bestemmen
voor verdeling in die gemeenschap in twee delen: a. individuele
uitkeringen aan personen en b. uitkeringen voor collectieve doelen in de
eigen Joodse gemeenschap, dit laatste overeenkomstig het verdrag met de
Nederlandse regering.
-
Uitkeringen aan individuele aanvragers:
Van de beschikbaar gekomen bedragen is inmiddels in de jaren 2001 en
2002 het grootste deel (ca. 80%) uitbetaald aan overlevenden van WOII
of hun directe nakomelingen, alles volgens daarvoor gestelde
voorwaarden. In 2003 wordt een laatste betaling verwacht.
-
Uitkeringen voor collectieve doelen:
20% is beschikbaar voor besteding aan collectieve doelen ten behoeve
van de huidige Nederlands-Joodse gemeenschap in Nederland en
daarbuiten. Onder “daarbuiten” vallen de uit Nederland afkomstige
Joodse gemeenschappen in Israël en andere landen
-
Aan de hand van volkstellingen en recent demografisch
onderzoek is de omvang van de huidige Nederlands-Joodse gemeenschappen
in Nederland en Israël bepaald en als basis gebruikt voor verdeling
van het voor collectieve doelen van de huidige gemeenschap bestemde
bedrag. Als verdeling van alle, voor collectieve doelen bestemde,
gelden is door CJO en SPI afgesproken:
74% voor de Joodse gemeenschap in Nederland
26% voor de gemeenschap van uit Nederland afkomstigen in Israël (ca.
€16.6 miljoen + rente)
Uitkeringen voor goedgekeurde aanvragen van Nederlands-Joodse groepen
in andere landen zullen door beide gemeenschappen betaald worden in de
verhouding 74/26.
De organisaties in de Nederlands-Joodse gemeenschap in Israël, verenigd
in de Stichting Platform Israel, die het de regels opstelden voor beheer
en verdeling van deze gelden, besloten er voor te zorgen dat deze gelden
de Nederlands-Joodse gemeenschap in Israël vele jaren ten goede zullen
komen.
|